Teksten van "Terug bij de rivier"
Alle teksten zijn auteursrechtelijk beschermd.

1.Ons land.
( basgitaar, gitaar, piano. Joram Peeters :viool)
(tekst en muziek: Leo de Kruis)

De muzikant die doet geen fluit. De vroedvrouw die kraamt onzin uit.
De asfalteerder staat op straat. Vandaar dat ons land naar de bliksem gaat.

De timmerman heeft plankenkoorts. De machinist is spoorloos.
De brandweerman is uitgeblust. Gek dat ons land in haar noodlot berust.

Refrein:
Ik hoor de mensen klagen: "Ons leed is niet te dragen.
Ons land dat gaat ten onder en dat is geen wonder.
Ons land dat gaat teloor". En ik weet waardoor:


De schilder heeft aan alles lak. De dakdekker gaat uit zijn dak.
Bij de cardioloog daar klopt het niet. Daarom gaat ons land failliet

De exporteur die voert niets uit. De viskweker, last van zijn kuit.
De priester moet eraan geloven. Dat komt ons land nooit meer te boven.


Refrein:

De krantenman voelt zich bedrukt. De kapper die is kaalgeplukt.
De slijterij gaat op de fles. Dus wordt ons land nooit een succes

De tuinman leidt ons om de tuin. De bakker bakt ze veel te bruin
Bij de ober valt alweer een steak. Daarom geef ik ons land nog net een week.

Refrein:


2. Terug bij de rivier.
(basgitaar, gitaar, mandoline, orgel)
(tekst en muziek: Leo de Kruis)

Geboren aan het water in die grote stad,
Waarvan het hart nog vol oorlogswonden zat.
En dat bracht me hier, terug bij de rivier.

Het oude vissersdorpje met zijn haringvloot.
Daar werd ik volwassen en zelfs een beetje groot.
En dat bracht me hier, terug bij de rivier.

refrein:
Altijd is het water daar dat naar me luistert.
Altijd is het water daar dat zachtjes naar me fluistert.
Altijd is het water daar met raad en goede moed.
Altijd is het water daar.

De oudste stad van Holland, zolang mijn veilig honk.
Waar aan de kade mijn vaak klonk.
En dat bracht me hier, terug bij de rivier.

Waar vogels laag vliegen, huisje aan de dijk.
Uitzicht op de polder, de koning te rijk.
En dat bracht me hier, terug bij de rivier.

refrein:

De stad van Mariken, waar 'k mijn thuis weer vond.
De stad van Mariken maakt de cirkel rond.
En dat bracht me hier, terug bij de rivier.
En dat bracht me hier, terug bij de rivier.


3.Opa
(basgitaar, gitaar, piano, percussie)
(tekst en muziek: Leo de Kruis)

Kinderen zijn een zegen, althans de meeste tijd.
Ze fleuren het gezin steeds op met hun aanwezigheid.
Maar soms zijn ze een last ,soms een blok aan 't been.
Soms zijn ze niet te pruimen, waar stuur je ze dan heen?
Want vader is te va en moeder is te moe,
Dan brengen we die schatjes toch gewoon naar opa toe.

refrein:
Ze mogen weer naar opa, hun favoriete plek
Opa is hun alles, opa is niets te gek.
Opa is geduldig, hun allerbeste vriend,
Bij opa worden ze altijd op hun wenken snel bediend.
Dan gaan ze na een weekje weer fris en fruitig terug.
En opa? En opa ligt een paar dagen voor Pampus op zijn rug.

Want opa gaat wel voetballen met zijn versleten knie.
En opa gaat wel joggen met zijn gammele chassis.
En opa bouwt een boomhut met zijn hoogtevrees.
Want opa gaat toch niets te ver voor zijn schattige logees.
En komt opa dan eindelijk thuis, gebroken en geknakt.
Dan is het logisch dat hij stapels pannenkoeken bakt.

refrein:

's Ochtends voor het haantje kraait, dan zijn ze weer paraat.
Opa speelt voor rover, opa is piraat.
Opa zoekt zich een ongeluk in de hele buurt.
Omdat het spel verstoppertje toch wel heel, heel erg lang duurt.
De kleinkids brengen elke keer opnieuw weer vreugde aan.
Altijd als ze komen, en altijd als ze gaan.

refrein:
En hij zegt :"Jullie komen toch weer vlug?"


4. Sinds jij er bent.
(basgitaar, gitaar, accordeon, piano)
(tekst en muziek: Leo de Kruis)

Oh, ik hield niet van lopen, daar slijten je zolen maar van.
Beter een auto te kopen,dat leek me een veel beter plan.
Lopen, alleen het idee!
Maar sinds jij er bent, jij er bent, jij er bent, jij er bent
Wandel ik graag met je mee.

Oh, ik hield niet spruiten, kreeg geen hap door mijn keel.
De smaak is simpelweg stuitend, en de lucht maakte mij groen en geel.
Spruiten, nooit in mijn pan.
Maar sinds jij er bent, jij er bent, jij er bent, jij er bent
Smullen we samen ervan.

'k Hield ook niet van tuinieren, het onkruid dat stond tot mijn knie.
Spitten da's slecht voor je spieren, en 't kost veel te veel energie.
Tuinieren, niks voor mij.
Maar sinds jij er bent, jij er bent, jij er bent, jij er bent
Hou ik ons moestuintje bij.

'k Hield niet van liefdesliedjes. Geneuzel, dat mij niet lag.
Meer iets voort puberale grietjes, niets voor een man van mijn slag.
Die rijmelarij over "love".
Maar nu jij er bent, jij er bent, jij er bent, jij er bent
Heb ik er toch ééntje af.


5. Dokters Rock
(piano, gitaar, basgitaar)
(tekst en muziek: Leo de Kruis)

Ik ontwaarde op een keertje aan mijn duim een nietig zweertje.
Om erger te voorkomen ben ik naar een arts gegaan.
Die man, die keek maar half , gaf me een pot zalf,
Waarmee mijn kleine zweertje spoedig niet meer zou bestaan.

refrein:
Dokter, ik voel me niet zo fijn. Dokter, dokter, ik heb pijn
Dokter geef me medicijn. Laat me heel snel beter zijn.

Het zalfje werkte prachtig, maar was toch iets te krachtig.
't Vel van mijn arme duimpje, daar keek je zomaar door.
Het kon de arts niet boeien, het zou wel weer gaan groeien
Hij schreef me ter versterking een onschuldig middel voor.

refrein:

Dus ik ging wat slikken, maar ging heftig hikken.
Gelukkig had men ook daartegen prima medicijn.
De hik was snel verdwenen, maar toen gingen mijn tenen
Plotseling heftig zwellen, o jee wat zou dat zijn?

refrein:

Ik moest iets geligs drinken, mijn tenen gingen slinken,
Maar mijn maag en lever raakten danig in verval.
In 't ziekenhuis gekomen liet men professors komen.
De meest geleerde heren wijdden zich aan mijn geval.

refrein:

Mijn schouders en mijn armen, mijn longen en mijn darmen.
Heel mijn lichaam takelde haast zienderogen af.
Zware operaties, diverse transplantaties.
Niets kon mij nog helpen, ik was recht op weg naar 't graf.

refrein:

Zo'n dag of drie geleden ben ik rustig overleden.
Men zag de bui al hangen, 't kwam niet echt meer als een klap.
Dus laat dit lied je leren: Als je duim gaat zweren,
Lever je nooit over aan arts of wetenschap.

Refrein.


6. Helden
(basgitaar, gitaar, bouzouki, piano, accordeon)
(tekst en muziek: Leo de Kruis)

refrein:
Dit zijn mijn helden, dit zijn mijn helden.
Die het niet bij woorden lieten, maar ook hun daden stelden
zijn mijn helden, dit zijn mijn helden.
Omdat zij geen kwaad met kwaad wilden vergelden.

Kleine man met spinnewiel , die miljoenen leidde
Die niet wilde luisterde naar wat de overheersers zeiden
Zijn moed en geweldloosheid waarmee hij hen verjoeg.
maar mannen zoals hij, die zijn er nooit genoeg.

refrein:
Dat zijn mijn helden, dat zijn mijn helden.
Die het niet bij woorden lieten, maar ook hun daden stelden
zijn mijn helden, dat zijn mijn helden.
Omdat zij geen kwaad met kwaad wilden vergelden.

Achttien jaar op 't eiland, van iedereen verlaten.
Leerde hij zelfs de taal van zijn vijanden te praten.
Hij wist zijn land te redden van woede en van wraak.
Maar mannen zoals hij, die missen we te vaak.

refrein:

De dominee die had een droom, ieder is een mens
Maar in 't land van de vrijheid was dat niet gewenst.
Zijn boodschap wordt nog steeds herhaald met eerbied en ontzag,
Maar mannen zoals hij, die mis ik elke dag.

refrein:

Alles wat zij wilde, gewoon in de klas.
Maar alleen om het feit dat zij een meisje was.
Mocht dat in haar land niet, van de Taliban.
Maar meiden zoals zij, daar leren wij veel van.

refrein (2x)

7. De Vegetariërs
(basgitaar, gitaar, bouzouki, Joram Peeters: viool)
(Tekst J.H. Speenhoff (1903). Melodie: Carel Jacobs, Ruud Verschoor, Leo de Kruis)

Vegetariërs zijn mensen die de mensen anders wensen.
Daarom eten zij slechts planten net als grote olifanten.
Zij zijn bang voor dooie koeien, die kunnen niet meer loeien.
Beesten doden om te eten vinden ze van God vergeten.
't Is zo deftig en zo fijn om vegetariër te zijn!

In hun reine restauratie Is voor arm en rijk een plaatsie,
Overal, tot in de keuken hangen christelijke spreuken,
Die de ziel zo zeer versterken en spijsverterend werken.
Die voor overdaad behoeden ons met idealen voeden.
't Is zo deftig en zo fijn om vegetariër te zijn!

Zondags bonen, maandag bonen,dinsdag bonen, woensdag bonen,
Donderdag gepofte bonen, vrijdag bonen, altijd bonen,
Zaterdag gestoofde bonen, God bewaar ons voor die bonen,
Bonen eten is 't beste tot we bonen zijn ten leste,
't Is zo deftig en zo fijn om vegetariër te zijn!

Voor een heel klein beetje duiten ga je je aan pap te buiten.
Voor een paar onnooz'le centen eet je appelen met krenten.
Soep van blaren, pas gevallen, met mahoniehouten ballen.
Meisjes met verboden konen brengen je je portie bonen.
't Is zo deftig en zo fijn om vegetariër te zijn!

Sociaalders, anarchisten, lieve, zoete idealisten.
Niemand zit zich aan te stellen, ieder heeft wat te vertellen.
Brave armen, milde rijken, allen zijn ze huns gelijken.
Zwaargespierde, vrije vrouwen die niet van 't mansvolk hou'en,
't Is zo deftig en zo fijn om vegetariër te zijn!

Vegetariërs zijn poppen die zich vol principes proppen.
Zij zijn bang voor bitterneuzen, soberheid is hunne leuze,
't Zal nog zover met ze komen dat ze nestelen in de bomen,
Dat ze dode blaren eten voor de rust van hun geweten.
't Is zo deftig en zo fijn om vegetariër te zijn!


8. De baas in huis.
( Basgitaar, gitaar, piano, percussie.)
(tekst en muziek: Leo de Kruis)

Lig je zo lekker? Dat lukt best zo te zien.
Wil je iets eten, of drinken misschien?
Je geeft maar een kik, en daar ren ik.
Jij bent de baas in huis.

Is 't niet te warm? En ook niet te koud?
Ja, ik weet dat je daar niet van houdt.
Ik heb wel geleerd dat jij de zon waardeert.
Jij bent de baas in huis.

refrein:
Ik nam je mee voor de gezelligheid.
Daarom sta ik bij jou in het krijt.
Mijn huis werd jouw paleis. Maar ik betaal de prijs.

's Ochtends vroeg krab je aan mijn deur.
Jij wilt nu eten, en geen gezeur.
Geen knabbels in mijn bakje, maar uit zo'n lekker zakje.
Jij bent de baas in huis.

Soms lig je languit op de grond.
En als ik langs wil, nou dan loop ik maar rond.
Je kijkt me boos na, als ik te dicht langs je ga.
Jij bent de baas in huis.

refrein.

Rustig eten is er niet meer bij , helaas.
Want jij bent helemaal zot op kaas.
Je krabt aan mijn mouw en zegt:"Waar blijf je nou?"
Jij bent de baas in huis.

De rolverdeling hier in huis bevalt jou niet slecht.
Jij bent de baas, en ik ben je knecht.
Ik doe niks verkeerd, dus word ik net getolereerd.
Jij bent de baas in huis.

refrein:

9. En ik dan?
( basgitaar, gitaar, bouzouki, orgel)
(tekst en muziek: Leo de Kruis)

De zangeres bezingt haar leed, een in en in triest lied.
De man die zij maar niet vergeet, hij is er niet, hij is er niet.
Zij roep het uit, ze kermt en zucht.
Geeft haar gepijnigd hart weer even lucht.
Door haar leed, zo onverbloemd
Wordt zij wereldwijd beroemd.

Refrein :
En ik dan? En ik dan? Ik heb nooit zoveel pech!
Ik heb nooit zoveel tegenslag, Waarover doe ik dan mijn beklag?
Geen trauma's ooit in mijn bestaan, geen rampen, tegenspoed.
Het is mij niet gegund, helaas gaat het mij veel te goed.

De blues die klinkt uit zijn gitaar, dat komt door zijn jeugd.
Armoe jaar na jaar, de moeder die niet deugt.
De vader die verdween, altijd stank voor dank.
Het gaat een ietsje beter nu, met miljoenen op de bank.

refrein:

Maar als ik ze zo zie, met die beroemdheid en hun poen.
Als ik met ze ruilen kon, zou ik dat dat doen?
Steeds je kop op de tv., geen greintje privacy.
Dat denk ik bij mezelf, die roem, die hoef ik nie.

refrein 2:
Maar ik dan? Maar ik dan? Ik heb nooit zoveel pech!
Nooit heb ik zoveel tegenslag. 'k Ben blij dat ik het zeggen mag.
Geen trauma's ooit in mijn bestaan, geen rampen, tegenspoed.
Het bleef mij allemaal bespaard, met mij gaat het heel goed.


10. Er is iets.
(basgitaar, gitaar, mandoline, Joram op viool)
(tekst en muziek: Leo de Kruis)

Dat ik hier nog ben gekomen, dat mag gerust een wonder zijn.
Want ik stond bij de bushalte te wachten op de trein.
En dat kwam doordat mijn auto niet stond waar die stond.
Maar dat maakte weer niet uit omdat 'k mijn autosleutels toch niet vond.
En daarom is het wel bijzonder dat ik hier dit liedje zing.
Dat vervult mij met verbazing en veel verwondering

refrein:
Want er is iets met mijn geheugen, maar ik ben vergeten wat.
Nou wou het vroeger al niet deugen, maar 't is nu één gapend gat.
Elke ochtend is een drama, elke avond is een ramp.
Wat ik 's ochtends nog mocht weten,
Ben ik 's middags weer vergeten, net of het is verdampt.

Mijn naam staat op mijn tandenborstel, zeer tot mijn gemak.
En nou is het wel te hopen dat ik de goede pak.
Dan is er ook nog mijn vriendin, waar ik heel erg veel van hou.
Maar om haar naam is nogal lastig, dus noem ik haar "mevrouw".
En als ik weer een blokje om ga, neem ik altijd de Tom Tom.
Want dan weet ik zeker dat ik weer naar huis toe kom.

refrein:

Elke mop is voor mij nieuw, daar sta ik van versteld.
Maar dan zegt de moppentapper, da'k die bak zelf net heb verteld.
Ook voor mijn sociaal functioneren is het reuze goed.
Elke dag weer nieuwe vrienden in overvloed.
En mocht dit lied je niet zo boeien, omdat 'k het net al deed.
Zou dat kunnen komen omdat ik soms wel wat vergeet.

refrein:

11. Vader kan alles.
(basgitaar, gitaar, piano, mandoline)
(tekst en muziek: Leo de Kruis)

refrein:
Vader kan alles, vader staat paraat. Vader kan alles, steun en toeverlaat.
Ben je ooit eens de sigaar, vadertje staat voor je klaar.
Vader kan alles, hij weet op alles raad.

Het is Kerstavond om een uur of 7.
De kerstverlichting heeft het net begeven.
Vader slaat aan het solderen, zal die lampies mores leren.
Dan spatten er vonken, heel de stad in 't donker.

refrein:

Een autoritje, een gezellig uitje.
Plots maakt de auto een wat vreemd geluidje.
Wegenwacht? Doen wij niet aan. Laat vader zijn gang maar gaan.
t 'Werd een heel eind lopen. Nieuwe auto kopen.

refrein:

De wasmachine staat plots zonder water.
Geen vakman hoeft erbij, wij hebben vader.
Pa heeft zijn bril opgezet, reviseert het leidingnet.
Plotseling spuit het fiks, het Deltaplan voor niks.

refrein:

Het is oudjaar, vuurwerk is dan prachtig.
Vader vindt dat spul te kinderachtig.
Hij trekt zich terug in de schuur. Knutselt wat met kruit en vuur.
Dan gaat het verkeerd, vader gelanceerd!

refrein:


12. Buurman
(basgitaar, gitaar, bluesharp, Joram Peeters:mandoline)
(tekst en muziek: Leo de Kruis)

Een zwoele zomeravond, een uur of 8. Een heerlijk briesje, daar heb je op gewacht.
De tuin die ligt er prachtig bij, het vuurtje dat kan aan.
Alle zorgen zijn voorlopig van de baan.
De vogeltjes zingen het hoogste lied, je leunt achterover en geniet.
Maar dan is het plotseling met de rust gedaan!

refrein:
Want de buurman die klopt en die boort en die hamert
en die klopt en die hamert en boort.
De buurman die klopt en die boort en die hamert
en dat gaat aan één stuk door.
De buurman die klopt en die boort en die hamert,
die kerel is gestoord.
't Is de buurman die klopt en die boort en die hamert
en die klopt en die hamert en boort.
Als de zaak hier ontspoort wordt er nog iemand vermoord.
't Is de buurman die klopt en die boort en die hamert
en die klopt en die hamert en boort.

Zondagmiddag, alle drukte is voorbij. Heerlijk gegeten, het bent voldaan en vrij.
Je pakt een boek en nestelt je gezellig op de bank.
Geniet met volle teugen van je glaasje drank.
De stilte voelt weldadig aan, zo mag de dag wel verder gaan
maar dan klinkt daar plotseling weer dat bekend gejank.

refrein:

Ik vroeg aan de buurman of hij me helpen kon.
Mijn kelder die moest groter, maar daar zat zoveel beton.
Ik had mijn zin niet afgemaakt of hij zat al benee.
Nam al zijn boren, hamers en gereedschap mee.
Hij groef zichzelf een hele grot, toen viel ineens de deur in 't slot.
En hoe dat gebeuren kon, ik heb geen flauw idee.

Want de buurman die klopt en die boort en die hamert
en die klopt en die hamert en boort
Want de buurman die klopt en die boort en die hamert en niemand die hem hoort
Want de buurman die klopt en die boort en die hamert niemand die hij nog stoort
Want de buurman die klopt en die boort en die hamert
en die klopt en die hamert en boort.
Graaf jij daar maar lekker door, tot je olie aanboort
Want de buurman die klopt en die boort en die hamert
en die klopt en die hamert en boort.